Schrijven
- nettycampagne
- 14 feb
- 2 minuten om te lezen
Cees Noteboom overleden, een man van mijn generatie. Zo te lezen heeft hij een interessant en bevredigend bestaan gehad, want het bestond voornamelijk uit reizen en schrijven over die reizen, waar hij bovendien goed van kon leven. Hoewel ik de man nooit gekend heb, vind ik hem sympathiek omdat hij zijn mooie werk zo weet te relativeren. Hij schreef in het bewustzijn dat er van zijn boeken misschien slechts een enkele zin zou overleven. Ik las ergens: het schrijven is hem overkomen. Had hij toch voor de eeuwigheid willen blijven bestaan? Wil elke schrijver dat? Een zeer ijdele schrijver, ook van mijn tijd, Harry Mulisch, wordt niet veel meer gelezen, heb ik me laten vertellen. Als hij dat nu te horen kreeg, zou hem dat zelf zeer verbazen. Zijn het dan toch meestal ééndagsvliegen, als je het in die eeuwigheid bekijkt? Waardoor word je tot schrijven gedwongen? En als je aan die roep gehoor geeft, ben je dan ook een schrijver? En/of een egotripper? Dat vraag ik me wel eens af. Zolang ik me kan herinneren, wilde ik graag schrijven. Al op school was ik degene, die haar ‘opstel’ voor de klas mocht voorlezen. Lange brieven naar mijn moeder toen ik twee jaar in het buitenland verbleef. Ik had het geluk een paar echt waardevolle boeken te mogen vertalen, schreef ook een viertal familiegeschiedenissen, herschreef werk van anderen, maakte interviews en stuurde ingezonden brieven. Ik krijg nog wel eens de vraag: waarom lees ik niets meer van je in de krant? Ach, vergeleken met de echte schrijvers stelde het niets voor, maar het is een heerlijke uitlaatklep en nu heb ik op mijn oude dag iets nieuws gevonden: deze blog. Daar kan ik me weer lekker laten gaan in de wetenschap dat het aantal ‘volgers’ zeer beperkt is, maar ook dat die stukjes lang na mijn dood nog wel ergens in de cloud zullen blijven zweven. Toch een leuk idee!
Opmerkingen